Aandacht en concentratie thuis trainen

Hoe herken je overprikkeling bij je kind en wat doe je er direct aan?

Annelies de Vries Annelies de Vries
· · 9 min leestijd

Stel je voor: je kind is ineens een wandelende vulkaan. Normaal is het een lieve, energieke peuter of puber, maar nu is het huilen, schreeuwen of stilvallen met één druk op de knop.

Inhoudsopgave
  1. Wat is overprikkeling eigenlijk?
  2. Overprikkeling vs. vermoeidheid: het verschil is soms klein
  3. Hoe herken je overprikkeling bij je kind?
  4. Wat kun je direct doen bij overprikkeling?
  5. Wanneer zoek je hulp?
  6. Conclusie
  7. Veelgestelde vragen

Wat is er gebeurd? Niets spannends, toch? Toch kan de oorzaak heel klein zijn: overprikkeling. Het is een onderwerp dat veel ouders bezighoudt, maar waar je soms pas achterkomt als het al misgaat. In dit artikel lees je hoe je overprikkeling bij je kind herkent en wat je er direct aan kunt doen.

Wat is overprikkeling eigenlijk?

Overprikkeling is simpel gezegd een teveel aan indrukken. Het brein van je kind kan maar een bepaalde hoeveelheid informatie verwerken.

Denk aan geluid, licht, geuren, emoties en sociale interacties. Als die hoeveelheid te groot wordt, raakt het systeem overbelast.

Het is alsof je een stopcontact volpropt met te veel stekkers: er ontstaat kortsluiting. Bij kinderen gebeurt dit sneller dan bij volwassenen. Hun hersenen zijn nog volop in ontwikkeling.

Ze kunnen nog niet zo goed filteren wat belangrijk is en wat niet. Een drukke speeltuin, een supermarkt met felle lampen en harde muziek, of zelfs een verjaardag met veel mensen kan al te veel zijn. Het is geen kwestie van opvoeden of discipline; het is een neurologisch feit.

Overprikkeling vs. vermoeidheid: het verschil is soms klein

Het is verleidelijk om overprikkeling te verwarren met vermoeidheid. Beide uiten zich vaak in huilen, chagrijnig gedrag of terugtrekken.

Toch is er een belangrijk verschil. Vermoeidheid ontstaat na een lange dag vol activiteiten.

Overprikkeling kan ook ontstaan na een korte, intense ervaring. Een kind kan bijvoorbeeld na tien minuten in een drukke winkel al uit zijn slof schieten, terwijl het verder uitgerust is. Om het onderscheid te maken, kijk je naar de situatie.

Is je kind net wakker en alsnog overstuur? Dan is de kans groter dat het om overprikkeling gaat. Is het al laat op de dag en heeft het een drukke dag achter de rug? Dan is vermoeidheid waarschijnlijker. Natuurlijk kunnen beide ook tegelijk voorkomen.

Hoe herken je overprikkeling bij je kind?

Overprikkeling ziet er bij ieder kind anders uit. Sommige kinderen worden hyperactief en druk, anderen worden stil en teruggetrokken.

Fysieke signalen

Toch zijn er signalen die vaak terugkomen. Let vooral op plotselinge veranderingen in gedrag.

Gedragssignalen

Je kind kan last krijgen van lichamelijke klachten. Denk aan hoofdpijn, buikpijn of misselijkheid zonder duidelijke oorzaak. Sommige kinderen wrijven over hun oren of ogen, of drukken hun handen tegen hun hoofd.

Je ziet ze soms ook gapen of met hun ogen knijpen, alsof het licht te fel is. Een ander veelgehoord signaal is een verhoogde gevoeligheid voor aanraking. Een licht tikje op de schouder kan al als zeer onaangenaam worden ervaren. Gedrag is vaak het eerste wat opvalt.

Je kind kan ineens driftbuien krijgen zonder duidelijke reden. Het kan ook ineens heel stil worden en afstandelijk.

Sommige kinderen beginnen te bewegen: wiebelen, draaien of heen en weer lopen. Anderen worden juist heel passief en willen niets meer doen.

Emotionele signalen

Let ook op kleine dingen. Een kind dat normaal gezellig praat, kan ineens mondsel worden. Of het begint te zeuren over dingen waar het normaal geen last van heeft, zoals de textuur van kleding of het geluid van de verwarming.

Overprikkeling beïnvloedt de emoties sterk. Je kind kan ineens heel angstig worden of zich heel onzeker voelen.

Het kan ook boosheid tonen die niet in verhouding staat tot de situatie. Een kind dat normaal goed kan omgaan met teleurstellingen, kan nu ineens woedend worden omdat de boterham verkeerd belegd is. Herken je deze signalen?

Dan is het tijd om in te grijpen. Wachten tot het vanzelf overgaat, werkt meestal averechts.

Wat kun je direct doen bij overprikkeling?

Je hoeft geen expert te zijn om je kind te helpen. Met een paar simpele stappen kun je de boel kalmeren.

Stap 1: Creëer rust

Het doel is om de prikkels te verminderen en je kind een gevoel van veiligheid te geven.

De eerste stap is altijd: fysieke rust creëren. Haal je kind uit de prikkelrijke omgeving. Ga naar een stille kamer, de tuin of zelfs de auto.

Stap 2: Bied fysieke steun

Zorg dat het er donker of in ieder geval rustig is. Zet geluiden uit: geen radio, geen tv, geen lawaai van buiten. Probeer je eigen rust te bewaren. Kinderen pikken spanningen van ouders op.

Blijf rustig praten, zelfs als je kind schreeuwt. Gebruik een kalme stem en korte zinnen.

Zeg niet te veel. Een simpele "Ik ben er, het is goed" is vaak genoeg.

Stap 3: Bied een prikkelarm aanbod

Fysiek contact kan helpen, maar let op: sommige kinderen willen bij overprikkeling juist geen aanraking. Vraag het desnoods. "Mag ik je vasthouden?" of "Wil je een knuffel?" Als je kind wel behoefte heeft aan contact, bied dan stevigheid. Een stevige knuffel of het wrijven over de rug kan helpen om het zenuwstelsel te kalmeren.

Gebruik eventueel een zwaar deken of een knuffel met gewicht. Dit soje producten, zoals een verzwaringsdeken van bijvoorbeeld Dinosaurus of Weighted Comfort, kan een rustgevend effect hebben.

Na de eerste rustfase is het tijd voor een activiteit die weinig prikkels geeft. Denk aan kleuren, puzzelen of een simpel spelletje op de tablet. Kies iets wat je kind kent en leuk vindt.

Het gaat erom dat het brein even kan bijkomen. Voorkom nieuwe indrukken. Geen nieuwe speelgoed, geen spannende verhalen en geen intense emoties. Hou het simpel.

Stap 4: Voorkom overprikkeling in de toekomst

Een bak met water en een schep kan al wonderen doen. Of een stapel boeken om door te bladeren.

Natuurlijk wil je voorkomen dat het telkens opnieuw gebeurt. Dat lukt niet altijd, maar je kunt wel preventief werken. Zorg voor een goede nachtrust en regelmatige maaltijden.

Een hongerig of vermoeid kind is gevoeliger voor prikkels. Plan ook rustmomenten in de dag. Zelfs als je kind geen dutje meer doet, kan een half uur rust op de bank helpen. Gebruik een visuele timer of een pictogrammenkaart om aan te geven dat het tijd is voor rust. Ken je kind.

Sommige kinderen zijn van nature gevoeliger voor prikkels dan anderen. Als je signalen van overprikkeling bij je kind leert herkennen, kun je daar rekening mee houden.

Bijvoorbeeld door oordopjes te gebruiken in de supermarkt of een pet te dragen tegen fel licht.

Wanneer zoek je hulp?

Overprikkeling is normaal, maar het mag niet het leven van je kind en je gezin overnemen.

Als het regelmatig gebeurt, of als het gedrag ernstige vormen aanneemt, is het verstandig om hulp te zoeken. Praat met de huisarts, de school of een kinderpsycholoog. Soms is er meer aan de hand, zoals een ontwikkelingsstoornis of een angststoornis. Een professional kan onderzoeken wat er speelt en passende begeleiding bieden. Er is niets mis met hulp vragen; het is juist slim om te doen.

Conclusie

Overprikkeling bij kinderen herkennen is iets waar je als ouder veel aan kunt doen.

Door signalen vroeg te herkennen en direct in te grijpen, voorkom je dat je kind in een diepe crisis raakt. Blijf rustig, bied veiligheid en zorg voor een prikkelarme omgeving.

En vergeet niet: je hoeft het niet alleen te doen. Zoek steun bij andere ouders, professionals of lotgenoten. Met de juiste aanpak kun je ervoor zorgen dat je kind zich weer veilig en ontspannen voelt.

Veelgestelde vragen

Hoe kan ik herkennen dat mijn kind overprikkeld is?

Overprikkeling bij kinderen kan zich op verschillende manieren uiten. Let op veranderingen in gedrag, zoals plotselinge irritatie, moeite met concentreren of een verhoogde gevoeligheid voor aanraking, zoals ongemak bij een lichte tik.

Wat zijn de vroege signalen van overprikkeling?

Het is belangrijk om te observeren of je kind bijvoorbeeld gapt of met zijn ogen knijpt, alsof het licht te fel is. Soms beginnen de signalen van overprikkeling subtiel. Je kunt bijvoorbeeld merken dat je kind sneller geïrriteerd reageert op situaties, moeite heeft om zich te concentreren of een overvloed aan emoties ervaart. Ook lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, buikpijn of misselijkheid zonder duidelijke oorzaak kunnen duiden op overprikkeling.

Wat is het verschil tussen overprikkeling en gewoon vermoeidheid?

Hoewel huilen en chagrijnig gedrag bij beide situaties kunnen voorkomen, is het belangrijk om te kijken naar de context. Vermoeidheid ontstaat vaak na een lange dag, terwijl overprikkeling kan ontstaan na een korte, intense ervaring, zelfs als het kind verder uitgerust is.

Kan overprikkeling ook een neurologische oorzaak hebben?

Let op of je kind net wakker is en al overstuur reageert.

Wat zijn voorbeelden van situaties die een kind kunnen overprikkelen?

Ja, overprikkeling is een neurologisch fenomeen. De hersenen van kinderen zijn nog in ontwikkeling en kunnen moeite hebben om informatie te filteren. Dit betekent dat ze sneller overbelast raken door te veel indrukken, net als een stopcontact dat volpropt wordt met te veel stekkers.

Veel verschillende situaties kunnen een kind overprikkelen, zoals een drukke speeltuin, een supermarkt met felle lampen en harde muziek, of zelfs een verjaardag met veel mensen. Het is belangrijk om te herkennen dat het niet gaat om opvoeding of discipline, maar om de capaciteit van het kind om informatie te verwerken.


Annelies de Vries
Annelies de Vries
Gecertificeerd Dyslexiebehandelaar en Orthopedagoog

Annelies helpt kinderen met dyslexie hun leesvaardigheid en zelfvertrouwen te vergroten.

Meer over Aandacht en concentratie thuis trainen

Bekijk alle 105 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is concentratie bij kinderen en waarom schiet het zo snel tekort?
Lees verder →