Signalering van EF-problemen

Wat is het verschil tussen ADHD en executieve functieproblemen?

Annelies de Vries Annelies de Vries
· · 7 min leestijd

Ken je dat? Je probeert je te concentreren, maar je hoofd zit vol lawaai.

Inhoudsopgave
  1. Wat is ADHD eigenlijk?
  2. Wat zijn executieve functies?
  3. Het verschil: ADHD vs executieve functieproblemen
  4. Waarom dit onderscheid belangrijk is
  5. Behandeling en ondersteuning: hoe pak je het aan?
  6. Hoe herken je het bij jezelf of een ander?
  7. Conclusie: twee kanten van dezelfde medaille?

Je wilt starten met een taak, maar het lukt gewoon niet. Of je vergeet dingen sneller dan je ze kunt opschrijven.

Vaak hoor je dan al snel de term ADHD voorbijkomen. Maar wist je dat deze klachten ook kunnen wijzen op problemen met executieve functies? En hoewel die twee vaak samen gaan, zijn het absoluut niet hetzelfde.

In dit artikel duiken we in de wereld van het brein en leggen we bloot wat nu echt het verschil is tussen ADHD en executieve functieproblemen. Zonder moeilijke woorden, maar wel scherp en duidelijk.

Wat is ADHD eigenlijk?

ADHD staat voor Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder. Het is een neurobiologische aandoening. Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent simpelweg dat het brein anders werkt.

Het is aangeboren en blijft vaak (in meerdere of mindere mate) tot in de volwassenheid bestaan.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) komt ADHD bij ongeveer 5% tot 7% van de kinderen voor. Bij volwassenen ligt dit percentage rond de 2,5% tot 4,4%, al wordt er vaak gedacht dat dit aantal hoger ligt omdat ADHD bij volwassenen soms gemist wordt.

1. Onoplettendheid

De kern van ADHD draait om drie hoofdsymptomen: Dit is meer dan alleen even niet opletten. Het gaat om een blijvend patroon van afgeleid zijn.

2. Hyperactiviteit

Mensen met onoplettendheid hebben moeite om taken te organiseren, maken slordigheidsfouten, vergeten afspraken en zijn snel afgeleid door externe prikkels.

3. Impulsiviteit

Een onderzoek uit 2022 in het Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry liet zien dat onoplettendheid de grootste impact heeft op schoolprestaties; het leidt vaak tot lagere cijfers en een grotere kans op uitval. Dit uit zich vaak als fysieke onrust. Denk aan kinderen die continue bewegen, op hun stoel draaien of niet stil kunnen zitten. Bij volwassenen voelt dit vaak als een intern gevoel van onrust; alsof je op de rem moet trappen om stil te zitten.

Sommige mensen zijn extreem hyperactief, anderen laten subtielere signalen zien, zoals moeite met rustig eten. Hier gaat het mis met de remfunctie.

Impulsiviteit betekent dat je handelt voordat je denkt. Dit kan leiden tot het onderbreken van anderen, roekeloze beslissingen of moeite hebben met wachten op je beurt.

Om van ADHD te spreken, moet er sprake zijn van een combinatie van deze symptomen die het dagelijks leven belemmert. De diagnose wordt gesteld door een psychiater of psycholoog, vaak aan de hand van de DSM-5 criteria.

Wat zijn executieve functies?

Stel je executieve functies voor als de CEO van je brein. Het is een verzameling van cognitieve processen die zorgen dat je gedachten, emoties en acties stuurt.

  • Plannen en organiseren;
  • Het werkgeheugen (informatie tijdelijk vasthouden);
  • Impulscontrole;
  • Cognitieve flexibiliteit (snel kunnen schakelen);
  • Beginnen met taken (initiatie).

Zonder deze functies zou het leven een chaos zijn. Executieve functies helpen je bij:

Onderzoekers meten executieve functies vaak met testen zoals de Stroop-test (impulscontrole) of de N-back taak (werkgeheugen). Een meta-analyse uit 2018 in Child Psychiatry & Human Development toonde aan dat kinderen met ADHD显著 verschillen in executieve functies vergeleken met leeftijdsgenoten. Maar let op: iedereen kan wel eens moeite hebben met plannen of organiseren. Pas als deze problemen chronisch en ernstig zijn, spreken we van executieve functieproblemen.

Het verschil: ADHD vs executieve functieproblemen

Hier komt de kern. Hoewel beide termen vaak door elkaar worden gebruikt, zijn ze niet identiek.

ADHD is een neurobiologische aandoening

Het grootste verschil zit in de oorzaak en de reikwijdte. ADHD is een diagnose die gebaseerd is op specifieke criteria (onoplettendheid, hyperactiviteit, impulsiviteit). Het is aangeboren en zit verankerd in de hersenstructuur, met name in de prefrontale cortex en de netwerken die dopamine verwerken.

Executieve functieproblemen zijn een symptoom of een apart profiel

Het is een 'label' voor een specifiek patroon van symptomen. Executieve functieproblemen kunnen ontstaan door verschillende oorzaken.

  • Een hersenletsel;
  • Autisme (ASS);
  • Depressie of angst;
  • Leerproblemen zoals dyslexie;
  • En ja, ook door ADHD.

Ze kunnen voortkomen uit: Het is dus mogelijk om executieve functieproblemen te hebben zonder dat je ADHD hebt. Stel je voor: je bent iemand die rustig kan zitten en niet hyperactief is, maar wel extreem moeite heeft met plannen en organiseren door bijvoorbeeld een trauma of een andere neurologische aandoening. Dan heb je executieve functieproblemen, maar voldeed je niet aan de criteria voor ADHD.

Een ander belangrijk verschil zit in de focus. Bij ADHD gaat het vaak om de combinatie van aandacht, beweging en impulsiviteit.

Bij executieve functieproblemen ligt de nadruk meer op de 'managementvaardigheden' van het brein: het uitvoeren van taken, het overzien van geheel en het aanpassen van gedrag. Toch is de overlap groot. Onderzoek wijst uit dat een aanzienlijk deel van de mensen met ADHD ook ernstige executieve functieproblemen ervaart.

Dit komt omdat de hersenregio's die nodig zijn voor executieve functies (zoals de prefrontale cortex) bij ADHD vaak minder efficiënt werken.

Een studie in Biological Psychiatry (2020) bevestigde dat mensen met ADHD een afwijkende activiteit laten zien in deze hersengebieden.

Waarom dit onderscheid belangrijk is

Waarom zou je je hier druk om maken? Omdat de aanpak verschilt.

Als je iemand met executieve functieproblemen behandelt alsof hij ADHD heeft, kan dat onvoldoende effect hebben. En andersom. Stel: je hebt een kind dat moeite heeft met plannen, maar niet hyperactief of impulsief is. Dan is de diagnose ADHD wellicht niet passend.

Het kind heeft dan meer baat bij training van executieve functies dan bij medicatie voor ADHD.

De overlap maakt het soms lastig. Veel volwassenen met ADHD worden pas laat gediagnosticeerd omdat hun symptomen niet altijd in het klassieke plaatje passen. Ze zijn misschien niet hyperactief, maar strugglen enorm met de 'stille' executieve functies zoals werkgeheugen en organisatie.

Behandeling en ondersteuning: hoe pak je het aan?

Zowel ADHD als executieve functieproblemen vragen om een persoonlijke aanpak. Hoewel de oorzaken verschillen, is het belangrijk om de nuances te begrijpen; de oplossingen zijn namelijk soms verrassend vergelijkbaar.

Behandeling bij ADHD

De behandeling van ADHD is vaak een combinatie van medicatie en gedragstherapie. Bij executieve functieproblemen zonder ADHD ligt de focus vaak meer op training en aanpassing van de omgeving. Het doel is om de 'CEO' van het brein te trainen.

  • Medicatie: Stimulerende middelen (zoals methylfenidaat) of niet-stimulerende middelen helpen om de neurotransmitters in de hersenen te balanceren. Dit verbetert de focus en remt impulsiviteit.
  • Therapie: Cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt bij het ontwikkelen van copingstrategieën.
  • Onderwijs: Aangepaste lesplannen of extra tijd bij examens.

Training bij executieve functieproblemen

Hoewel medicatie bij ADHD vaak de eerste stap is, is dit bij pure executieve functieproblemen (zonder ADHD) minder gebruikelijk.

  • Externe hulpmiddelen: Gebruik van planners, checklists, timers en digitale apps. Denk aan apps zoals Todoist of Trello om taken visueel te maken.
  • Cognitieve training: Specifieke oefeningen die het werkgeheugen en de flexibiliteit trainen.
  • Strategieën leren: Het aanleren van stappenplannen voor complexe taken. Bijvoorbeeld: hoe eet je een olifant? Een hapje per keer.
  • Mindfulness: Dit helpt bij het verbeteren van de aandacht en het verminderen van impulsieve reacties.

Uitzonderingen zijn er natuurlijk, zoals bij bijkomende depressie of angst, waar medicatie wel kan helpen.

Hoe herken je het bij jezelf of een ander?

Herken je je in de klachten, maar twijfel je of het ADHD is of een executieve functieprobleem? Let op de volgende signalen:

Signaal 1: De kernsymptomen

Heb je ook last van hyperactiviteit en extreme impulsiviteit? Of beperken de problemen zich vooral tot organisatie, planning en geheugen? Als het alleen om organisatie gaat, is het misschien geen ADHD, maar een executief functioneel probleem.

Signaal 2: De oorsprong

Zijn de klachten er altijd al geweest (sinds de kindertijd)? Dan wijst dit meer naar ADHD.

Signaal 3: De impact

Zijn ze ontstaan na een ongeluk, ziekte of psychische crisis? Dan is de kans groter dat het om executieve functieproblemen gaat die veroorzaakt zijn door externe factoren. Beide aandoeningen kunnen het leven flink ontregelen. Maar bij ADHD is de impact vaak breder (sociaal, school, werk, emoties), terwijl executieve functieproblemen zich soms meer specifiek op cognitieve taken richten.

Conclusie: twee kanten van dezelfde medaille?

Het verschil tussen ADHD en executieve functieproblemen is belangrijk om te begrijpen, want ze zijn nauw met elkaar verbonden maar niet identiek. ADHD is een specifieke diagnose met een neurobiologische basis, gekenmerkt door onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit.

Executieve functieproblemen zijn een breder concept en kunnen voorkomen bij verschillende aandoeningen of zelfs zonder diagnose.

De sleutel tot begrip ligt in de nuances. Door het verschil te snappen, kun je gerichter hulp zoeken en beter begrijpen wat er in het brein gebeurt. Of je nu worstelt met plannen, concentratie of organisatie: er zijn altijd manieren om de 'CEO' van je brein te ondersteunen.

Met de juiste begeleiding, tools en soms medicatie kun je een leven leiden waarin je je sterke kanten optimaal benut. Onthoud: een diagnose is geen etiket, maar een handvat. Gebruik het om jezelf of anderen beter te begrijpen en te ondersteunen.


Annelies de Vries
Annelies de Vries
Gecertificeerd Dyslexiebehandelaar en Orthopedagoog

Annelies helpt kinderen met dyslexie hun leesvaardigheid en zelfvertrouwen te vergroten.

Meer over Signalering van EF-problemen

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat zijn executieve functies precies en waarom hoor je er steeds meer over?
Lees verder →