Signalering van EF-problemen

Hoe verschilt de ontwikkeling van executieve functies bij jongens en meisjes?

Annelies de Vries Annelies de Vries
· · 5 min leestijd
Hoe verschilt de ontwikkeling van executieve functies bij jongens en meisjes?

Ken je dat? Een kind dat supergoed is in plannen en organiseren, of juist een die altijd vanalles vergeet.

Inhoudsopgave
  1. Wat zijn executieve functies eigenlijk?
  2. De hersenen: mannelijk versus vrouwelijk
  3. Psychosociale factoren: de wereld buiten
  4. Verschillen in specifieke vaardigheden
  5. Wat betekent dit voor de praktijk?

Dit heeft vaak te maken met executieve functies. Dit zijn de 'baasjes' in je hersenen. Ze helpen je plannen, focussen, impulsen bedwingen en taken afmaken.

Zonder deze functies is het leven een chaos. Maar hier komt een boeiend feit: jongens en meisjes ontwikkelen deze vaardigheden niet altijd op dezelfde manier. Waarom?

Dat heeft te maken met een mix van biologie, hormonen en de wereld om hen heen. Laten we eens duiken in hoe dit precies werkt, zonder ingewikkelde wetenschappelijke taal.

Wat zijn executieve functies eigenlijk?

Voordat we kijken naar de verschillen, is het goed om te weten wat we precies bedoelen.

  • Werkgeheugen: Even informatie vasthouden, zoals een telefoonnummer.
  • Impulscontrole: Niet meteen schreeuwen als je boos bent.
  • Flexibiliteit: Makkelijk kunnen schakelen van plan A naar plan B.

Executieve functies zijn een set hersenfuncties die je helpen om doelen te bereiken. Denk aan: Deze functies ontwikkelen zich super snel in de vroege kindertijd, vooral rond het 6e tot 8e levensjaar.

Dit komt omdat de prefrontale cortex – het commandocentrum van de hersenen – flink gaat groeien. Onderzoekers van het beroemde Child Mind Institute benadrukken dat een goede ontwikkeling van deze functies cruciaal is voor schoolsucces en sociale vaardigheden.

De hersenen: mannelijk versus vrouwelijk

Er zijn duidelijke verschillen te zien in hoe de hersenen van jongens en meisjes groeien. Hoewel ieder brein uniek is, zijn er wel algemene patronen.

Structuur en grootte

Neurobiologisch onderzoek laat zien dat de prefrontale cortex bij meisjes vaak iets sneller rijpt dan bij jongens.

Dit betekent niet dat het brein van een meisje groter is, maar dat de verbindingen binnen dit gebied eerder optimaal werken. Jongens hebben daarentegen vaak meer volume in de amygdala (een gebied voor emoties) en de hippocampus (geheugen). Dit verklaart waarom jongens in een vroeg stadium soms impulsiever kunnen reageren.

Hun remmen zitten nog in de fase van bouwen. Een ander interessant verschil zit in de connectiviteit.

Bij meisjes zijn er vaak sterkere verbindingen tussen de linker en rechter hersenhelften. Dit maakt het makkelijker om informatie te integreren, wat helpt bij complexe taken zoals het plannen van een schoolproject. Bij jongens zijn de verbindingen vaak meer gelokaliseerd, wat hun focus op specifieke taken kan versterken, maar het soms moeilijker maakt om snel te schakelen. Hormonen beïnvloeden de hersenontwikkeling enorm.

Hormonen: de stille kracht

Bij jongens speelt testosteron een hoofdrol. Dit hormoon stimuleert de groei van spieren en hersengebieden, maar het beïnvloedt ook de impulscontrole.

Bij meisjes is oestrogeen belangrijk. Dit hormoon speelt een sleutelrol in de ontwikkeling van het geheugen en de emotionele regulatie. Een studie gepubliceerd in Nature Neuroscience suggereert dat deze hormonale invloeden er voor zorgen dat meisjes vaak al op jongere leeftijd beter zijn in taken die langdurige concentratie vereisen, terwijl jongens sneller kunnen schakelen tussen taken, maar soms moeite hebben met stilzitten.

Psychosociale factoren: de wereld buiten

Het is niet alleen 'wat er in de hersenen zit', maar ook hoe de wereld reageert op jongens en meisjes. Dit heeft een enorme impact op de executieve functies.

Opvoeding en verwachtingen

Denk even na over de clichés: Jongens worden vaak aangemoedigd om te rennen, te bouwen en risico’s te nemen.

  • Jongens: Door veel te bewegen en te bouwen (denk aan Lego of sport), trainen ze ruimtelijk inzicht en probleemoplossend vermogen.
  • Meisjes: Door vroeg te spelen met poppen of in groepjes, trainen ze planning en sociale cognitie (het begrijpen van anderen).

Meisjes krijgen vaak de boodschap om voorzichtig te zijn en sociaal te zijn. Dit beïnvloedt hoe executieve functies trainen. Deze verschillen zijn niet aangeboren, maar aangeleerd.

Sociale druk

Een kind dat vaak mag puzzelen, wordt daar simpelweg beter in. Meisjes ervaren vaak meer sociale druk om zich aan te passen.

Dit kan hun flexibiliteit beïnvloeden. Ze leren sneller om hun gedrag aan te passen aan de groep, wat een vorm van executieve controle is. Jongens leren vaker om hun eigen gang te gaan, wat weer andere vaardigheden stimuleert.

Verschillen in specifieke vaardigheden

Waar zien we nu de grootste verschillen in de praktijk? Dit zijn de meest opvallende:

Ruimtelijk versus verbaal

Over het algemeen presteren jongens beter op taken die ruimtelijk inzicht vragen, zoals het draaien van 3D-objecten in hun hoofd.

Probleemoplossende strategieën

Meisjes scoren vaak beter op verbale taken, zoals het onthouden van woordenlijsten of het vertellen van verhalen. Dit is niet zwart-wit, maar een trend die in veel onderzoeken terugkomt. Uit onderzoek (zoals dat van Levy et al.) blijkt dat jongens vaak een meer 'analytische' aanpak hebben: ze proberen een oplossing lineair te vinden.

Meisjes gebruiken vaker een 'relationele' aanpak: ze betrekken de context en sociale elementen bij de oplossing. Dit maakt dat meisjes soms beter zijn in het overzien van de gevolgen van een beslissing op de lange termijn.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Het begrijpen van deze verschillen is superbelangrijk voor ouders en leerkrachten. Het gaat er niet om dat één groep beter is dan de ander, maar om het herkennen van sterke en zwakke punten.

Onderwijs en opvoeding

In de klas is het handig om rekening te houden met deze verschillen. Jongens hebben vaak baat bij beweging en korte, duidelijke instructies.

De toekomst

Meisjes kunnen profiteren van uitdagingen waarbij ze hun planning en organisatievaardigheden kunnen laten zien. Het is zaak om kinderen uit te dagen in gebieden waar ze minder sterk in zijn. Laat jongens bijvoorbeeld meer verhalen vertellen en meisjes meer bouwen en ontwerpen. De wereld verandert snel.

Flexibiliteit en planningsvaardigheden worden steeds belangrijker, ongeacht geslacht. Het is dus cruciaal om beide groepen te stimuleren in hun zwakkere executieve functies.

Concluderend: de ontwikkeling van executieve functies bij jongens en meisjes verschilt door een cocktail van biologie, hormonen en omgeving. Door dit te begrijpen, kunnen we kinderen beter helpen om hun volledige potentieel te bereiken. En dat is wat telt.


Annelies de Vries
Annelies de Vries
Gecertificeerd Dyslexiebehandelaar en Orthopedagoog

Annelies helpt kinderen met dyslexie hun leesvaardigheid en zelfvertrouwen te vergroten.

Meer over Signalering van EF-problemen

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat zijn executieve functies precies en waarom hoor je er steeds meer over?
Lees verder →