Signalering van EF-problemen

Wat is een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies en hoe werkt dat?

Annelies de Vries Annelies de Vries
· · 9 min leestijd

Ken je dat? Je kind dat driftig huiswerk maakt, maar totaal vergeet de volgende dag de gymtas mee te nemen.

Inhoudsopgave
  1. Wat zijn executieve functies eigenlijk?
  2. Het orthopedagogisch onderzoek: Een reis door het brein
  3. De testfase: Wetenschappelijke meetinstrumenten
  4. De analyse: Alles op een rij
  5. De rapportage en het advies
  6. Wanneer is zo’n onderzoek nodig?
  7. Conclusie: Inzicht geeft rust
  8. Veelgestelde vragen

Of jij zelf, die een belangrijke afspraak vergeet terwijl je lijstje vol stond.

Het zit ‘m vaak in de kleine, onzichtbare processen in je hoofd: de executieve functies. In de orthopedagogiek is hier veel aandacht voor. Maar wat houdt een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies nou eigenlijk echt in?

Hoe werkt dat, en wat levert het op? Laten we dat eens scherp uitzoeken.

Wat zijn executieve functies eigenlijk?

Voordat we het onderzoek induiken, moeten we even helder hebben waar we het over hebben. Executieve functies zijn de ‘baas’ in je brein.

Ze zijn de regisseur van je gedrag en denken. Denk aan plannen, organiseren, beginnen aan een taak (initiatief), flexibel zijn, emoties reguleren en overzicht houden. Zonder deze functies zou het leven een chaos zijn.

Veel ouders en docenten verwarren dit met luiheid of onwil. Maar dat is het vaak niet.

Een kind dat zijn kamer nooit opruimt, heeft misschien geen zin, maar het kan ook zijn dat zijn brein de functie ‘plannen en organiseren’ nog niet goed onder de knie heeft. Een orthopedagogisch onderzoek kijkt precies naar die verschillen.

Het orthopedagogisch onderzoek: Een reis door het brein

Een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies is geen simpele test die je even doet.

Het is een zorgvuldig proces. Een orthopedagoog kijkt niet alleen naar wat het kind kan, maar ook naar hoe het omgaat met uitdagingen in de dagelijkse praktijk. Het doel? Inzicht krijgen in de sterke en zwakke kanten van de regievoering in het brein. Het onderzoek is erop gericht om gedrag te verklaren en handvatten te bieden.

Het is niet bedoeld om een etiketje te plakken, maar om een route te vinden. Elk goed onderzoek begint met luisteren.

De intake: Het verhaal achter de cijfers

Tijdens de intake praat de orthopedagoog met de ouders en het kind.

Hier komen de dagelijkse struggles naar boven: de ruzie ’s ochtends, de moeite met huiswerk, of de driftbuien als dingen anders gaan dan gepland. De orthopedagoog vraagt specifiek naar situaties waarin de executieve functies een rol spelen. Dit zorgt voor een reëel beeld van de problematiek.

Observatie: Kijken zonder oordeel

Alleen praten is niet genoeg. De orthopedagoog observeert het kind vaak in een neutrale setting, soms tijdens een spel of een taak.

Hoe reageert het kind als er ineens een wisseling komt? Kan het taken starten zonder uitstel? Blijft het gefocust? Deze observaties geven een beeld van het functioneren in de praktijk, los van de theorie.

De testfase: Wetenschappelijke meetinstrumenten

Hier wordt het concreet. Er worden gestandaardiseerde testen afgenomen.

Dit zijn geen schoolproefwerken, maar psychometrische instrumenten die de ontwikkeling van het brein meten. Denk aan tests die werkgeheugen, inhibitie (remmen van impulsen) en cognitieve flexibiliteit meten. Veelgebruikte testen in Nederland zijn bijvoorbeeld de NEPSY-II of de D-KEFS, maar ook vragenlijsten zoals de BRIEF (Behavior Rating Inventory of Executive Function) komen veel voor.

De orthopedagoog legt uit wat de bedoeling is, zodat de spanning niet te hoog oploopt. Het draait om inzicht, niet om presteren onder druk.

Werkgeheugen en inhibitie

De orthopedagoog test het werkgeheugen: kan het kind informatie vasthouden en verwerken?

Denk aan het onthouden van een korte instructie. Ook de inhibitie wordt getest: kan het kind een automatische reactie onderdrukken? Een voorbeeld is een stoplichtspel: rood is groen, groen is rood. Het klinkt simpel, maar het vraagt veel van de remfuncties in het brein.

Plannen en organisatie

Een andere pijler is plannen. Hoe plant het kind een taak in?

Kan het prioriteiten stellen? Dit wordt vaak gemeten met taken waarbij meerdere stappen nodig zijn. De orthopedagoog kijkt hierbij niet alleen naar het eindresultaat, maar vooral naar de weg ernaartoe.

De analyse: Alles op een rij

Na de testfase is het tijd voor de analyse. De orthopedagoog vergelijkt de testresultaten met de observaties en de verhalen van ouders.

Er wordt gekeken naar patronen. Is er een duidelijk zwakke plek of is het beeld wisselend? Hoe verhouden de ontwikkeling van executieve functies zich tot de algemene intelligentie en het emotionele functioneren?

Dit is een secuur werkje. Een kind kan bijvoorbeeld een hoog intelligentiequotiënt (IQ) hebben, maar toch vastlopen omdat de executieve functies minder sterk ontwikkeld zijn.

Dit verschil wordt vaak ‘2e-excellentie’ genoemd en komt vaker voor dan gedacht.

De rapportage en het advies

Na de analyse volgt een rapport. Dit is een document dat de sterke en zwakke kanten van de executieve functies beschrijft.

Belangrijk is dat dit niet alleen in vaktaal wordt geschreven, maar begrijpelijk is voor de ouders, het kind en de school. Het rapport bevat concrete adviezen. Dit kunnen tips zijn voor thuis, maar ook aanpassingen op school.

Denk aan het gebruik van een visuele planner, het opdelen van grote taken in kleine stapjes, of het geven van extra tijd bij toetsen.

Samenwerking met school en omgeving

Het doel is altijd om het kind zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren. Een orthopedagogisch onderzoek stopt niet bij het rapport. De orthopedagoog bespreekt de uitkomsten met de ouders en het kind. Vaak volgt er ook overleg met de school.

Een goede samenwerking is essentieel. Als iedereen weet hoe het brein van het kind werkt, kan er beter op worden ingespeeld.

Wanneer is zo’n onderzoek nodig?

Het is niet voor ieder kind nodig. Maar als er sprake is van hardnekkige problemen met plannen, organiseren, starten van taken of emotieregulatie, kan een onderzoek helderheid geven.

Het kan helpen bij vermoedens van ADHD, maar ook bij kinderen zonder diagnose die simpelweg vastlopen in de schoolse of thuissituatie.

Denk aan signalen als: constant ruzie over huiswerk, vergeetachtigheid die verder gaat dan normaal, of moeite met sociale interacties door gebrek aan flexibiliteit.

Conclusie: Inzicht geeft rust

Een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies is een krachtig middel. Het zet de onzichtbare processen in het brein in de spotlight.

Door het combineren van testen, observaties en verhalen, ontstaat een compleet beeld. Het resultaat? Begrip voor het gedrag en een plan van aanpak dat echt werkt. Het is geen magie, maar wetenschap en praktijk die samenkomen.

En dat levert vaak meer rust op, voor zowel het kind als de ouders.

Want als je weet hoe het werkt, kun je er samen wat aan doen.

Veelgestelde vragen

Hoe wordt er precies onderzoek gedaan naar de executieve functies van een kind?

Een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies is een uitgebreid proces. Het begint met een gesprek met ouders en kind om de dagelijkse uitdagingen te begrijpen, waarna de orthopedagoog het kind observeert tijdens bijvoorbeeld een spel of taak.

Welke belangrijke vaardigheden vallen onder de executieve functies?

Vervolgens worden gestandaardiseerde tests afgenomen om de ontwikkeling van het brein te meten, zonder dat het lijkt op een schoolproefwerk. Executieve functies zijn de ‘baas’ in je brein en omvatten vaardigheden als plannen, organiseren, beginnen aan een taak, flexibel zijn, emoties reguleren en overzicht houden. Het gaat dus om de regie die je uitoefent over je gedrag en denken, zodat je effectief kunt functioneren in de dagelijkse praktijk.

Wat is het doel van een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies?

Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de sterke en zwakke kanten van de regievoering in het brein van een kind. Het is geen poging om een label te plakken, maar eerder een routekaart om gedrag te verklaren en handvatten te bieden voor de toekomst.

Hoe kan ik de ontwikkeling van de executieve functies van mijn kind stimuleren?

Omdat executieve functies vaak gerelateerd zijn aan de manier waarop een kind de wereld ervaart, kan het helpen om een omgeving te creëren die structuur en routine biedt.

Heeft een kind de executieve functies van zijn ouders erft?

Stimuleer het kind om taken op te splitsen in kleinere stappen, en geef duidelijke instructies en verwachtingen, zodat het kind zich meer zelfstandig kan ontwikkelen. Nee, de executieve functies worden niet erfelijk bepaald. Het is een combinatie van genetische aanleg en de invloed van de omgeving, zoals de opvoeding en de ervaringen die het kind meemaakt. Het kind leert deze vaardigheden door te oefenen en te experimenteren.


Annelies de Vries
Annelies de Vries
Gecertificeerd Dyslexiebehandelaar en Orthopedagoog

Annelies helpt kinderen met dyslexie hun leesvaardigheid en zelfvertrouwen te vergroten.

Meer over Signalering van EF-problemen

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat zijn executieve functies precies en waarom hoor je er steeds meer over?
Lees verder →