Signalering van EF-problemen

Wat is een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies en hoe werkt dat?

Annelies de Vries Annelies de Vries
· · 10 min leestijd

Ken je dat? Je staat midden in de supermarkt en je bedenkt opeens dat je nog melk moet halen.

Inhoudsopgave
  1. Wat zijn executieve functies eigenlijk?
  2. Hoe een orthopedagogisch onderzoek verloopt
  3. De resultaten en interpretatie
  4. Toepassingen: Wat nu?
  5. De ontwikkeling van executieve functies
  6. Conclusie
  7. Veelgestelde vragen

Je loopt terug, pakt de melk, en bedenkt dan dat je ook nog brood nodig hebt.

Je hoofd is vol, je moet van alles onthouden en tegelijkertijd bedenk je wat je vanavond gaat koken. Dit soort processen in je hoofd noemen we executieve functies. Ze zijn de stuurman van je brein.

Zonder hen sta je stil. Bij kinderen en jongeren kunnen deze vaardigheden soms wat minder soepel verlopen.

Orthopedagogisch onderzoek helpt om te begrijpen waarom dat is en hoe je het kunt helpen. In dit artikel lees je wat zo’n onderzoek precies inhoudt en hoe het werkt.

Wat zijn executieve functies eigenlijk?

Executieve functies zijn een verzamelnaam voor mentale processen. Ze helpen je om doelen te bereiken en je gedrag te regelen.

Stel je voor dat je brein een orkest is. Dan zijn de executieve functies de dirigent. Ze zorgen dat alle instrumenten (zoals geheugen, aandacht en taal) samenwerken.

De zeven belangrijkste functies

Deze functies zijn cruciaal voor schoolprestaties, sociale vaardigheden en zelfstandig leven. Ze ontwikkelen zich vanaf de kindertijd tot in de vroege volwassenheid.

Ze zijn niet aangeboren als een vast gegeven; ze groeien en veranderen door ervaring. Denk aan het werk van onderzoekers als Adele Diamond, die dit fenomeen in de jaren negentig uitgebreid in kaart bracht. Hoewel er verschillende indelingen bestaan, zijn er zeven kernfuncties die vaak terugkomen in orthopedagogisch onderzoek:

  1. Inhibitieremming: Dit is de rem. Het vermogen om impulsen te onderdrukken en niet direct te reageren op alles wat er gebeurt. Een kind met een goede inhibitie kan wachten tot het aan de beurt is.
  2. Werkgeheugen: Dit is het notitieblok in je hoofd. Je houdt informatie even vast en gebruikt die direct. Bijvoorbeeld: je hoort een telefoonnummer en herhaalt het in je hoofd terwijl je het intoetst.
  3. Flexibiliteit van denken: Dit is het vermogen om te schakelen. Als een plan mislukt, bedenk je snel een alternatief. Het gaat om creativiteit en aanpassingsvermogen.
  4. Planning en organisatie: Dit is de architect in je hoofd. Je bedenkt stappen om een doel te bereiken. Een spreekbeurt voorbereiden of je kamer opruimen valt hieronder.
  5. Aandachtregulatie: Dit is het focussen op één ding en afleidingen weren. Het is de basis voor concentratie.
  6. Initiatief nemen: Dit is de motor die opstart. Je begint uit jezelf aan een taak, ook als die moeilijk of saai is.
  7. Emotionele regulatie: Dit is het beheersen van je gevoelens. Je herkent emoties en zorgt dat ze je gedrag niet overnemen.

Hoe een orthopedagogisch onderzoek verloopt

Een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies is erop gericht om sterke en zwakke kanten in kaart te brengen. Het doel? Begrijpen hoe een kind functioneert en waar het vastloopt.

Het onderzoek is altijd maatwerk. Geen twee kinderen zijn hetzelfde, en dus wordt er gekeken naar het totaalplaatje.

De intake en observatie

Het onderzoek vindt meestal plaats in drie fasen: intake, observatie en testen, en de bespreking van de resultaten. Alles begint met een gesprek. De orthopedagoog praat met de ouders en het kind.

Wat zijn de klachten? Lukt het om op tijd te beginnen met huiswerk?

Testen en observatie

Is het kind snel afgeleid? Hoe is de emotiebeheersing? Daarnaast wordt er gekeken naar de omgeving. Factoren als school, thuissituatie en leefstijl spelen een rol.

Soms worden er vragenlijsten ingevuld door ouders of leerkrachten. Een bekend hulpmiddel hierbij is de BRIEF-vragenlijst (Behavior Rating Inventory of Executive Function).

De Stroop Test

Dit is een gestandaardiseerde vragenlijst die het gedrag in het dagelijks leven meet. Het geeft een beeld van hoe de executieve functies zich in de praktijk uiten. Na de intake volgen de daadwerkelijke testen.

Deze worden vaak individueel afgenomen. Er zijn verschillende methoden om executieve functies te meten.

De Tower of Hanoi

Hieronder bespreken we de meest gangbare. Dit is een klassieker om inhibitie en flexibiliteit te meten. Je ziet een woord geschreven in een bepaalde kleur, maar het woord zelf is een andere kleur.

Bijvoorbeeld: het woord 'ROOD' is geschreven in blauwe inkt. De taak is om de kleur van de inkt te noemen, niet het woord te lezen.

De N-back Task

Dit vereist sterke inhibitie. Dit is een puzzel met schijven en pinnen.

Het doel is om stapels schijven te verplaatsen volgens strikte regels. Deze test meet planning, organisatie en probleemoplossend vermogen. Het laat zien hoe een kind vooruitdenkt.

Computergestuurde taken

Deze taak test het werkgeheugen. Een reeks stimuli (bijvoorbeeld letters of geluiden) wordt aangeboden.

De persoon moet aangeven of de huidige stimulus overeenkomt met die van een paar stappen terug. Hoe verder terug, hoe moeilijker het wordt. Tegenwoordig zijn er veel computertaken beschikbaar, zoals de Cambridge Neuropsychological Test Battery (CANTAB). Deze testen meten precisie en reactietijd.

Ze zijn vaak speels vormgegeven, wat vooral voor kinderen prettig is. Ze meten onder meer aandacht, werkgeheugen en flexibiliteit.

Naast deze testen worden er soms observaties gedaan in de thuissituatie of op school. Hoe gaat het kind om met structuur en prikkels?

De resultaten en interpretatie

Na de testen volgt de analyse. De orthopedagoog kijkt niet alleen naar de scores, maar ook naar het totaalplaatje.

Een score op zich zegt niet alles. Het gaat om de betekenis in de context van het kind. Stel, een kind heeft een zwak werkgeheugen.

Dat kan betekenen dat het moeite heeft met het volgen van instructies of het onthouden van huiswerk.

Maar het kan ook samenhangen met aandachtsproblemen. De orthopedagoog legt deze verbanden. De resultaten worden besproken met de ouders en het kind. Er wordt een duidelijk rapport opgesteld met aanbevelingen.

Dit rapport is geen etiket, maar een handvat. Het laat zien waar het kind hulp bij kan gebruiken.

Toepassingen: Wat nu?

De resultaten van het onderzoek leiden tot gerichte ondersteuning. Het doel is om de executieve functies te versterken of om de omgeving beter aan te passen aan de behoeften van het kind.

Training en interventies

Er zijn diverse trainingsprogramma’s die gericht zijn op het verbeteren van executieve functies. Een bekend programma is COGMED, dat specifiek het werkgeheugen traint via computertrainingen. Hoewel de effectiviteit van dergelijke trainingen soms ter discussie staat, laten veel kinderen vooruitgang zien in hun concentratie en geheugen. Naast computertraining zijn er praktische interventies. Denk aan:

Soms is training niet genoeg; de omgeving moet ook veranderen. In de klas betekent dit vaak: Thuis kan dit vertaald worden naar vaste tijden voor huiswerk, duidelijke regels en het gebruik van visuele herinneringen.

  • Planningstraining: Het aanleren van het gebruiken van agenda’s, planners en stappenplannen.
  • Stop-denk-doe: Een methode om impulsief gedrag te verminderen door eerst na te denken voor je handelt.
  • Mindfulness: Oefeningen die helpen bij aandachtregulatie en emotionele beheersing.

Omgevingsaanpassingen

  • Duidelijke structuur en routines.
  • Begeleiding bij het maken van planningen.
  • Verkorte instructies en visuele ondersteuning.
  • Rustige werkplekken zonder afleiding.

De ontwikkeling van executieve functies

Executieve functies ontwikkelen zich geleidelijk. Bij jonge kinderen zijn inhibitie en aandachtregulatie vaak al zichtbaar, maar ze zijn nog volop in ontwikkeling.

De prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor deze functies, rijpt tot ver in de adolescentie. De ontwikkeling hangt samen met de cognitieve en sociale groei. Kinderen met sterke executieve functies hebben vaak minder gedragsproblemen en betere schoolprestaties.

Maar omgeving en training spelen een grote rol. Ouders en leerkrachten kunnen deze vaardigheden stimuleren door uitdagende taken en structuur te bieden.

Invloed van erfelijkheid en omgeving

De vraag of executieve functies erfelijk zijn, is complex. Er is zeker een genetische component. Studies bij tweelingen laten zien dat aanleg een rol speelt.

Maar het is niet zwart-wit. Het is een samenspel van genen en omgeving.

Een kind met aanleg voor sterke executieve functies zal zich beter ontwikkelen in een stimulerende omgeving.

Andersom geldt ook dat een kind met aanleg voor zwakkere functies baat heeft bij extra ondersteuning. Het gaat dus niet om 'het juiste gen'. Het gaat om de potentie die benut wordt. Ouders en leerkrachten hebben hier een enorme invloed op. Door te begrijpen hoe executieve functies werken, kunnen zij beter inspelen op de behoeften van het kind.

Conclusie

Een orthopedagogisch onderzoek naar executieve functies is een krachtig instrument om inzicht te krijgen in de manier waarop een kind denkt en handelt. Het biedt geen snelle oplossing, maar wel een duidelijk pad voor ondersteuning.

Door testen, observatie en analyse krijgen ouders en kinderen handvatten om beter te functioneren in het dagelijks leven.

Of het nu gaat om schoolprestaties, sociale vaardigheden of emotiebeheersing; begrip van executieve functies is de sleutel tot groei.

Veelgestelde vragen

Wat zijn executieve functies precies?

Executieve functies zijn mentale processen die ons helpen om doelen te bereiken en ons gedrag te regelen, vergelijkbaar met de dirigent van een orkest.

Welke zeven belangrijke functies worden vaak onderzocht?

Ze omvatten vaardigheden zoals geheugen, aandacht en taakplanning, die samenwerken om ons te helpen in het dagelijks leven. Orthopedagogisch onderzoek richt zich vaak op zeven kernfuncties: inhibitieremming (het onderdrukken van impulsen), werkgeheugen (informatie tijdelijk vasthouden), flexibiliteit van denken (het vermogen om te schakelen), planning en organisatie (het bedenken van stappen), aandachtregulatie (focussen op één ding), initiatief nemen (zelf aan een taak beginnen) en emotionele regulatie (het beheersen van gevoelens). Een orthopedagogisch onderzoek kan bijvoorbeeld met behulp van instrumenten zoals de Delis-Kaplan Executive Function System (D-KEFS) worden uitgevoerd, waarbij verschillende tests worden gebruikt om de verschillende executieve functies in kaart te brengen. Ook tests zoals de IDS-2 capaciteitentest worden gebruikt.

Hoe kan een orthopedagogisch onderzoek uitgevoerd worden?

Er zijn verschillende manieren om de executieve functies van een kind te trainen, zoals het aanbieden van taken die planning en organisatie vereisen, zoals het voorbereiden van een spreekbeurt of het opruimen van de kamer. Ook het stimuleren van het vermogen om zich te concentreren en impulsief gedrag te onderdrukken kan helpen.

Hoe kan ik de executieve functies van mijn kind trainen?

De ontwikkeling van executieve functies en intelligentie is een complex proces dat zowel genetische als omgevingsfactoren omvat.

Van wie erft een kind zijn intelligentie?

Erfelijkheid speelt een rol, maar ervaringen en training spelen ook een belangrijke invloed.


Annelies de Vries
Annelies de Vries
Gecertificeerd Dyslexiebehandelaar en Orthopedagoog

Annelies helpt kinderen met dyslexie hun leesvaardigheid en zelfvertrouwen te vergroten.

Meer over Signalering van EF-problemen

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat zijn executieve functies precies en waarom hoor je er steeds meer over?
Lees verder →